Wolvenmeldpunt
Jonge wolf in Midden-Drenthe.
Bron: Harry Boerma via het Wolvenmeldpunt.
Meldingen monitoring Wolvenmeldpunt
Bevestigde zekere wolvenmeldingen 2025
In 2025 ontving het landelijke Wolvenmeldpunt van BIJ12 6.230 meldingen van vermoedelijke wolven(sporen). Het gaat hierbij om waarnemingen die door het publiek zijn gemeld (passieve monitoring) en om waarnemingen die zijn verzameld vanuit gericht onderzoek (actieve monitoring). Deze meldingen zijn in te delen in zes categorieën: wolf gezien, uitwerpsel, loopspoor, kadaver van een wild prooidier, dode wolf en overig (zoals bijvoorbeeld wolvenhaar). Hierin zijn dus geen schadedata opgenomen; informatie daarover is te vinden onder de kop Meldingen schadeafhandeling BIJ12.
Alle bij het Wolvenmeldpunt binnengekomen meldingen worden volgens het Monitoringsplan gevalideerd door meerdere wolvendeskundigen. Op basis van een internationaal afgestemde methode worden de waarnemingen gecontroleerd op echtheid en ingedeeld in categorieën van zekerheid. In welke categorie een waarneming valt, is afhankelijk van de mogelijkheid tot verificatie. Bijvoorbeeld door beeldmateriaal waarop alle kenmerken van een wolf duidelijk zichtbaar zijn. In 2025 was bij 2.561 meldingen met zekerheid te bevestigen dat het om wolven(sporen) ging. Ook onbevestigde waarnemingen blijven in het Wolvenmeldpunt staan en worden gebruikt om een beeld te vormen van mogelijke wolvenactiviteit in Nederland.
In de cirkeldiagram hieronder is over 2025 het aantal zekere wolvenwaarnemingen in het Wolvenmeldpunt per categorie vermeld. Het grootste deel (79,8%) van de waarnemingen is bevestigd door wolven die op foto of (wild)camerabeelden zijn vastgelegd (‘wolf gezien’; 2.044 keer). In 18,9% van de gevallen is de aanwezigheid van wolven bevestigd door middel van wolvenuitwerpselen. Wolven werden minder vaak (<1%) bevestigd via wilde prooidieren of loopsporen. Dat komt bijvoorbeeld doordat er veel bewijsmateriaal aangeleverd moet worden voordat deze waarnemingen met zekerheid toegeschreven kunnen worden aan wolven.
Aantal zekere wolvenwaarnemingen per type in 2025 geregistreerd in het landelijke Wolvenmeldpunt van BIJ12 (exclusief schadedata).
Bevestigde zekere wolvenwaarnemingen 2015 - 2025
Al sinds 2008 worden waarnemingen van wolven in Nederland geregistreerd in het Wolvenmeldpunt. In 2015 werd voor het eerst met zekerheid een wolf vastgesteld in Nederland. Sinds 2015 hebben wolvendeskundigen in lijn met het Monitoringplan in totaal 11.015 zekere wolvenwaarnemingen bij het Wolvenmeldpunt vastgesteld. In de grafiek hieronder is te zien hoeveel zekere wolvenwaarnemingen er in de loop van de jaren zijn gedaan. Hierin zijn geen schadedata opgenomen; informatie daarover is te vinden onder de kop Meldingen schadeafhandeling BIJ12.
Zekere wolvenwaarnemingen in Nederland 2015 - 2025 geregistreerd in het landelijke Wolvenmeldpunt van BIJ12 (exclusief schadedata).
In de cirkeldiagram hieronder is het aantal zekere wolvenwaarnemingen van 2015 tot en met 2025 per categorie vermeld. Het grootste deel (80,0%) van de 11.015 bevestigde waarnemingen zijn wolven die op beeld zijn vastgelegd. In 18,5% van de gevallen werd de aanwezigheid van een wolf bevestigd met wolvenuitwerpselen. Wolven werden minder vaak (<1%) bevestigd via wilde prooidieren of loopsporen. De waarschijnlijke reden hiervoor is dat er veel bewijsmateriaal nodig is voordat deze meldingen met zekerheid kunnen worden toegewezen aan een wolf (zie de vereisten in paragraaf 5.2.4 en 5.2.5 van het Monitoringplan). Daarnaast is 23 keer (<1%) een wolf bevestigd via overige waarnemingen (‘overig’). Bij deze meldingen gaat het bijvoorbeeld om bloed of haren.
Aantal zekere wolvenwaarnemingen per type over de jaren 2015 - 2025 geregistreerd in het landelijke Wolvenmeldpunt van BIJ12 (exclusief schadedata).
Data Wolvenmeldpunt
De data die gebruikt is voor dit jaaroverzicht, komt uit het landelijke Wolvenmeldpunt van BIJ12 en uit de schadedata van BIJ12. De coördinatie en uitvoering van het Wolvenmeldpunt is belegd bij de Zoogdiervereniging in opdracht van BIJ12. Wageningen Environmental Research (WENR) heeft van BIJ12 opdracht gekregen om de genetische analyses van wolvensporen uit te voeren. De data bevat de verzameling van alle gedocumenteerde en gevalideerde wolvenwaarnemingen vanaf 2015.
Hoe verzamelt BIJ12 waarnemingen?
De waarnemingen in het Wolvenmeldpunt kunnen op twee manieren binnenkomen: via passieve of actieve monitoring. Onder passieve monitoring vallen alle meldingen van wolven en wolvensporen die verkregen worden van derden. Deze waarnemingen zijn bij toeval gedaan. Actieve monitoring is het gericht monitoren en verzamelen van wolvenwaarnemingen, waarbij (actief) gezocht wordt naar sporen of andere waarnemingen, bijvoorbeeld via cameravallen. Actieve monitoring wordt opgestart in gebieden waar meerdere keren over meerdere dagen of weken, al dan niet bevestigde, meldingen van wolven worden verkregen. Voor de monitoring van wolven wordt gewerkt volgens het Monitoringplan wolf, gebaseerd op internationaal afgestemde voorwaarden.
Onder schadedata vallen alle meldingen van bevestigde wolvenschade. Als een dierhouder bij BIJ12 melding doet van gedode of gewonde landbouwhuisdieren en wolvenschade niet uit te sluiten is, neemt een taxateur binnen 24 uur een DNA-monster af. Ook bij andere wolvensporen (zoals een wild prooidier, uitwerpsel of haren) kan DNA worden afgenomen om te beoordelen of het om een wolf gaat.
Welke type waarnemingen zijn er?
Het Wolvenmeldpunt bevat zowel directe (zichtwaarneming van een wolf) als indirecte wolvenwaarnemingen (sporen of prooidieren). In dit overzicht worden de volgende typen waarnemingen onderscheiden als het om monitoringsdata gaat (uit het Wolvenmeldpunt): wolf gezien, loopspoor, uitwerpsel, kadaver van een wild dier en overig (onder andere haren of bloed van wolven). Bij schadedata gaat het om met DNA bevestigde wolvenschade of bij schademeldingen waarbij de DNA-analyse geen resultaat opleverde maar er toch indicaties zijn dat een wolf niet uit te sluiten is als schadeveroorzakende diersoort.
Wat is een zekere wolvenwaarneming?
Zekere waarnemingen zijn waarnemingen aan de hand van directe bewijzen (zoals DNA-uitslagen) of aan de hand van indirecte bewijzen. Indien DNA-afname niet mogelijk en/of niet van toepassing is (bij overige waarnemingen zoals zichtwaarnemingen), wordt door wolvendeskundigen beoordeeld of met het beschikbare materiaal beoordeeld kan worden of het daadwerkelijk een wolf betreft (validatie). Dit gebeurt in drie stappen waarin op basis van internationaal afgesproken criteria wordt bepaald of er voldoende bewijs is om de melding te classificeren als zekere waarneming.
Indien DNA-afname niet mogelijk en/of niet van toepassing is (bij overige waarnemingen zoals zichtwaarnemingen), wordt door wolvendeskundigen beoordeeld of met het beschikbare materiaal beoordeeld kan worden of het daadwerkelijk een wolf betreft (de tweede beoordeling).
Deel deze rapportage