Ecologische evaluatie
Agrarisch natuurbeheer helpt, maar nog onvoldoende voor natuurherstel
Het Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer (ANLb) draagt bij aan het vertragen van de afname van weide- en akkervogels, maar is in de huidige vorm nog niet voldoende om natuurherstel in het agrarisch gebied te realiseren. Dat blijkt uit de Ecologische Evaluatie 2025, uitgevoerd door Wageningen University & Research in opdracht van het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) en de gezamenlijke provincies (IPO).
Uit de evaluatie blijkt dat agrarische gebieden met ANLb een minder sterke achteruitgang van vogelpopulaties laten zien dan gebieden zonder deze vorm van beheer. Voor een stabiele populatie van weidevogels zou minstens 41% van een gebied intensief Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer moeten hebben. In de meeste gebieden ligt dit aandeel veel lager. Voor akkervogels ligt de drempel voor intensief ANLb op 18%.
Provincies pleiten voor aanvullende maatregelen
De provincies onderkennen het belang van agrarisch natuurbeheer en pleiten voor aanvullende maatregelen om de effectiviteit te vergroten. “We moeten steviger inzetten op grootschaliger en zwaarder beheer in samenhang met bredere gebiedsontwikkelingen. Samen met de agrarische collectieven – BoerenNatuur gaan wij graag aan de slag om deze opgaven vorm te geven” aldus gedeputeerde Matthijs de Vries namens de samenwerkende provincies. Een integrale benadering is nodig, waarbij ook waterkwaliteit, landschapskenmerken en de beschikbaarheid van broed- en voedselgebieden worden meegenomen.
Naast vogels zijn ook de trends voor vissen en amfibieën onderzocht. De evaluatie laat zien dat het beheer van sloten en poelen tot nu toe weinig effect heeft gehad op deze soorten; zowel in sloten met als zonder ANLb neemt de soortenrijkdom af. Provincies roepen het Rijk op om dit beheer te ondersteunen met extra middelen, betere tarieven en samenhangend beleid, zodat natuurherstel effectiever en duurzamer wordt aangepakt.